08-02-2021

In gesprek met Marc Pomp: ‘Alles is economie, maar economie is niet alles’

Op 17 maart gaat Nederland naar de stembus. De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen gaat in aanloop naar de verkiezingen in gesprek met opinieleiders uit het zorgveld. Deze week aan het woord: zorgeconoom Marc Pomp.

Welke verwachtingen hebben opinieleiders? Welke thema’s zien we terug in verkiezingscampagnes en het regeerakkoord? En welke rol kunnen geneesmiddelenbedrijven daarbij spelen? Deze en andere vragen legden we voor aan Marc Pomp, adviseur gezondheidseconomie. ‘De economie heeft een enorme dreun gekregen door de coronacrisis. Ik verwacht dat de roep om beheersing van de zorguitgaven de komende kabinetsperiode zal aanzwellen.’

Vaccins, avondklok, mondkapjes, continuïteit van zorg, we kunnen niet om corona heen. Hoe gaat corona de Tweede Kamer verkiezingen de komende regeringsperiode beïnvloeden? Staan bepaalde onderwerpen nu nadrukkelijker op de agenda?

‘Vóór de verkiezingen vonden Nederlanders de zorg al het belangrijkste thema. Dat blijft waarschijnlijk zo, tenzij de werkloosheid alsnog flink gaat oplopen door de coronacrisis; dan kan de economie misschien bovenaan komen te staan. Wat het effect van de coronacrisis zal zijn op de zorguitgaven is moeilijk te zeggen. Enerzijds heeft de corona-crisis de onderhandelingspositie van zorgaanbieders versterkt. Zij zullen stellen (terecht of onterecht’ - ik weet dat eerlijk gezegd niet) dat de bezuinigingsdrift van de afgelopen jaren ten koste is gegaan van het incasseringsvermogen van de zorg. En dat de coronacrisis beter op te vangen was geweest wanneer de zorg wat meer vet op de botten had gehad.

Maar ook de roep om beheersing van de zorguitgaven zal aanzwellen. De economie heeft een enorme dreun gekregen, waardoor de collectieve zorguitgaven als percentage van het BBP met een half procentpunt zijn gestegen, tot iets meer dan 10 procent. Deze collectieve uitgavenquote stijgt volgens het Centraal Planbureau de komende kabinetsperiode met nog een paar tienden van procenten (overigens pas vanaf 2023.) Gemiddeld over de hele kabinetsperiode is dat een stijging van nog geen tiende van een procentpunt, dus dat valt eigenlijk best mee. Toch greep de Studiegroep Begrotingsruimte, een groep topambtenaren, deze beperkte stijging aan om op te roepen tot beheersing van de zorguitgaven. In de zorg zou volgens de Studiegroep, anders dan in andere sectoren, kwaliteitsverbetering automatisch leiden tot extra uitgaven. De Studiegroep bepleit een meer expliciete afweging. Voor dure geneesmiddelen geldt dit automatisme overigens niet, maar misschien heeft de Studiegroep vooral de langdurig zorg in gedachten. Hier zijn in de afgelopen kabinetsperiode inderdaad miljarden extra naartoe gegaan zonder dat het kabinet daar invloed op had.’

Welke andere thema’s, gerelateerd aan het geneesmiddelenbeleid, gaan we terug zien in de verkiezingscampagnes en het regeerakkoord, verwacht u?

‘Van verkiezingscampagnes is op dit moment (8 februari) nog nauwelijks sprake. Maar wat we zeker terug gaan zien, is de roep om uitgavenbeheersing. Verder kun je aan Zorgkeuzes in Kaart, de doorrekening van beleidsopties door het CPB, zien welke zorgthema’s leven bij politieke partijen. Er zitten een paar voorstellen bij om met overheidsgeld patentvrije geneesmiddelen te ontwikkelen, maar die kosten volgens het CPB alleen maar geld. Ook dwanglicenties komen voorbij, maar daarover doet het CPB geen uitspraak; het verwijst naar een rapport dat ten tijde van de doorrekening nog moest verschijnen. Dat rapport is er trouwens nooit gekomen, want de werkgroep kon het onderling niet eens worden.

Het CPB is w énl enthousiast over het handhaven van financiële arrangementen voor dure geneesmiddelen. Die leveren volgens het CPB structureel een half miljard op. Het CPB mompelt iets over het risico op tragere beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen als gevolg van de financiële arrangementen, maar maakt hier geen groot punt van. Reken er dus maar op dat de arrangementen blijven bestaan.’

Welke thema’s wilt u terugzien in een nieuw regeerakkoord?

‘Het zou mooi zijn wanneer door COVID-19 het besef is ingedaald dat we flink moeten investeren in de voorbereiding op volgende pandemieën en andere gezondheidsrampen. Dus dat we moeten investeren in de ontwikkeling van vaccins, antivirale middelen en antibiotica. Dat gaat de markt niet vanzelf oppakken, want de businesscase voor de ontwikkeling van dit soort middelen is ongunstig. Omdat het bij deze investeringen om veel geld gaat, kan Nederland dit niet alleen oplossen. Maar Nederland kan wel het initiatief nemen om internationale samenwerking van de grond te krijgen.

En verder hoop ik dat Nederland flink blijft investeren in medisch onderzoek, want daar is de mensheid (ook buiten Nederland) zeer bij gebaat. Als je kijkt naar het Nederlandse aandeel in de mondiale kennisproductie dan zijn we trouwens al meer dan enig ander land gespecialiseerd in medisch onderzoek: van alle Nederlandse wetenschappelijke publicaties in de periode 2015-18 was volgens het Rathenau Instituut 40% op medisch gebied.’

Wat kunnen we leren van de afgelopen regeringsperiode? Wat moet echt anders?

‘We gaan veel leren van het laatste jaar van deze kabinetsperiode. Naast wat ik hierboven al heb gezegd, verwacht ik dat telewerken en E-health een blijvende impuls hebben gekregen, waardoor we ons veel minder vaak hoeven te verplaatsen en werktijden flexibeler kunnen worden. Dat scheelt reistijd en files, draagt bij aan vermindering van de uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof, en zorgt voor een veel betere benutting van wegen en spoor. Daardoor worden we niet alleen gezonder, maar als we de extra tijd goed gebruiken ook productiever en misschien zelfs gelukkiger.’

Welke rol kan de overheid daarbij spelen?

‘De overheid kan onze sterke positie op het gebied van medisch onderzoek koesteren en inzetten op internationale samenwerking voor de ontwikkeling van geneesmiddelen waar de markt niet in voorziet. En verder apert ongezonde dingen ontmoedigen, maar daar komen we straks nog wel op.’

Iedereen vijf jaar langer gezond leven in 2040. Hoe komen we daar?

‘Dat weet niemand precies. Bovendien zijn langer leven en gezonder leven twee verschillende dingen. Om met het eerste te beginnen: er overlijden nog steeds veel te veel mensen op relatief jonge leeftijd in ons land, vooral aan kanker. Bij bijna de helft van de 34.000 mensen die in 2018 zijn overleden vóór het 70-ee levensjaar, was de doodsoorzaak kanker. Ter vergelijking: hart- en vaatziekten, doodsoorzaak nummer 2 (ook bij deze leeftijdsgroep), was verantwoordelijk voor 15% van alle sterfgevallen onder 70-minners. Dus kankerbestrijding blijft belangrijk, en dan staat antiroken-beleid nog steeds met stip op 1. Gelukkig wordt ook de behandeling van kanker steeds beter. Sommige oncologen, zoals de Vlaming Filip Lardon, verwachten dat kanker hierdoor over niet al te lange tijd een chronische ziekte zal worden. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf, hopelijk blijven farmaceuten flink investeren in de ontwikkeling van kankergeneesmiddelen.

Wat ook zou helpen, is meer aandacht voor onderdiagnostiek en in het verlengde daarvan onderbehandeling. De focus is nu teveel gericht op het terugdringen van onzinnige zorg, we moeten ook zorgen dat iedereen zorg die w énl zinnig is ook daadwerkelijk krijgt. Denk aan screenen op boezemfibrilleren, vroege opsporing van osteoporose en AI bij snellere diagnostiek na een beroerte, om een paar thema’s te noemen waar ik me toevallig in heb verdiept.

En last but not least, alzheimer tast de kwaliteit van leven in de laatste levensfase ernstig aan bij een groeiend aantal ouderen en hun naasten. Als we erin slagen daar iets aan te doen, zou dat enorme winst zijn. Preventie is natuurlijk het allermooist, of anders goede behandelopties. Ook qua zorguitgaven zou dit veel opleveren, want een jaar in een verpleeghuis kost de samenleving een ton. Maar zolang we niet weten hoe je alzheimer kunt voorkomen of behandelen, zullen we ons moeten richten op goede patiëntenzorg. En ook op het scheppen van de wettelijke ruimte om zelf te bepalen hoe ver de ziekte mag gaan. Want alles is economie, maar economie is niet alles.’