21-06-2021

Onze man in Londen komt terug – deel 6 en slot

Na 3,5 jaar voor Janssen in Londen te hebben gewerkt, keert Tom Denee in augustus terug. ‘Sinds de Brexit hebben de Britten een enorme drive om alles beter en sneller te doen dan het vasteland van Europa. Dat geldt ook voor toegang tot nieuwe medicijnen.’

In de nieuwe Patients WAIT Indicator doet Engeland het beter dan Nederland, qua beschikbaarheid van innovatieve geneesmiddelen. Van de 152 onderzochte nieuwe medicijnen waren er in Engeland 110 beschikbaar, tegen 96 in Nederland. Maar de ambities van Engeland reiken verder.

Innovatiepaspoort

‘Afgelopen winter startte hier de pilot ILAP’, zegt Denee. ILAP staat voor Innovative Licensing and Access Pathway.
Denee: ‘Het doel van deze pilot is nieuwe geneesmiddelen sneller bij de patiënt te brengen. Het initiatief ligt primair bij de overheid. In de praktijk is de Engelse regulatoire autoriteit, de MHRA, de trekker. Wat mij opvalt, is dat de MHRA zo proactief is. Ze zoeken echt heel actief de samenwerking op met alle ketenpartners, dus ook met geneesmiddelenbedrijven. Steeds met als insteek: welke obstakels moeten we uit de weg ruimen om de toegang te versnellen? De scope van de MHRA is heel breed. Ze kijken bijvoorbeeld naar ontwikkeling, productie, kwaliteit, farmacovigilantie, de rol van Real World Data, enzovoort. Als het nodig is, denken ze bijvoorbeeld ook mee over het realiseren van een nieuwe fabriek. De eerste stap voor een nieuw medicijn in ILAP is om een innovatiepaspoort te krijgen. Dat is een ticket naar verschillende mogelijkheden om de ontwikkeling van een medicijn te versnellen.’

Veelbelovend

Is er al iets te zeggen over de opbrengsten van ILAP? ‘Nee, dat is nog te vroeg. Ik heb bijvoorbeeld nog geen dashboards gezien waarop staat hoeveel nieuwe geneesmiddelen nu een innovatiepaspoort hebben gekregen. Maar dit ziet er veelbelovend uit, omdat de ambities van de overheid en andere partners zo groot zijn. De wil om hiervoor samen te werken, ten bate van de patiënt, is ook groot. Als je met de juiste stakeholders de schouders eronder zet, kun je ver komen.’

Is dat ook wat Nederland van de Britten kan leren? ‘Ik denk het wel. De MHRA werkt intensief samen met NICE, de instantie die kijkt naar kosteneffectiviteit en vergoeding van geneesmiddelen én in samenspraak met artsen en andere behandelaars zorgt voor opname van het nieuwe geneesmiddel in de behandelrichtlijnen. Er is ook een nauwe samenwerking met de NHS, de National Health Service, waar het hele zorgstelsel onder valt. Die ketenpartners werken allemaal heel nauw samen rondom hetzelfde doel van versnelde toegang tot medicijnen, terwijl er in Nederland meer in silo’s wordt gewerkt. Het CBG, de Nederlandse equivalent van de MHRA, zit juist weer dicht op de Europese medicijnautoriteit EMA. Dat is aan de ene kant krachtig, maar zorgt aan de andere kant soms voor minder flexibiliteit en snelheid.’

Leerervaringen

In augustus keert Denee met zijn gezin weer terug naar Nederland, om van hieruit zijn werk voor Janssen voort te zetten. Hij is sinds een half jaar Compound Market Acces Lead voor Janssen EMEA, met als aandachtsgebied het vasteland van Europa, het Midden-Oosten en Afrika. De eerste drie jaar van zijn verblijf in de Britse hoofdstad richtte hij zich op markttoegang en vergoeding van nieuwe geneesmiddelen in het Verenigd Koninkrijk.

Welke leerervaringen schieten hem nog meer te binnen?
‘Op het gebied van data gaan de Britten nog een stap verder dan Nederland. Alle dossiers die we indienen bij de autoriteiten, worden hier ook gepubliceerd. Dat legt een bepaalde druk op de kwaliteit die je levert. Ze werken hier super evidence based en staan echt open voor innovatieve methodes om data te analyseren en vergelijken. Dat gaat verder dan wat ik ooit in Nederland heb meegemaakt.’

Verwarring

De omgangsvormen van de Britten waren een leerervaring op zich. ‘Beleefdheid is voor veel Britten het allerbelangrijkste, maar dat zorgt ook voor problemen. Als je hier wat langer woont en werkt, hoor je soms heel subtiel dat iemand iets anders bedoelt dan wat hij of zij letterlijk zegt. Dat levert verwarring op, ook voor de Britten zelf. Ze begrijpen elkaar niet altijd goed, maar durven dat dan niet te zeggen. Wat dat betreft, mis ik de Nederlandse directheid soms wel. In Nederland zeggen we het gewoon als we iets niet snappen. Of als we het er niet mee eens zijn. Dat kan wel eens bot overkomen, maar het is ook heel verhelderend.’

Meer over ILAP en de toolkit van ILAP

Onze man in Londen, deel 5 (januari 2021)