04-12-2023

Nederland blinkt – nu nog - internationaal uit in klinisch onderzoek

Persbericht
2312 DCRF Symposium01s RGB Q0 A1276

Klinisch onderzoek in Nederland staat internationaal aan de top. Dat blijkt uit een recente studie naar de positie van Nederland binnen Europa op dit vlak. De bevindingen tonen aan dat ons land uitblinkt in klinisch onderzoek op het gebied van de oncologie, auto-immuunziektes, zeldzame ziektes en aandoeningen van het zenuwstelsel, innovatief leiderschap en een robuuste infrastructuur en logistiek.

Bart Scheerder, voorzitter van de Dutch Clinical Research Foundation (DCRF) - één van de opdrachtgevers voor het onderzoek, reageert verheugd op de bevindingen. ‘Klinisch onderzoek is belangrijk voor alle partijen binnen het hele Nederlandse onderzoek- en zorgsysteem. In de eerste plaats voor patiënten. Door klinische studies in Nederland uit te voeren, kunnen patiënten eerder profiteren van nieuwe, innovatieve behandelmogelijkheden. Zeker als de huidige therapie tekortschiet, kan toegang tot een nieuwe, innovatieve therapie een enorme bijdrage leveren aan kwaliteit van leven, arbeidsparticipatie en toekomstperspectief. Daarnaast is het belangrijk voor de maatschappij in zijn geheel: klinische studies zorgen voor een constante stroom aan nieuwe, wetenschappelijke kennis en investeringen die bijdragen aan de economie van Nederland.’

Veel klinisch onderzoek

Het onderzoek werd uitgevoerd door Citeline, in opdracht van een groep van publieke en private organisaties*. Ten grondslag aan het rapport liggen hoofdzakelijk actuele cijfers uit de eigen database van Citeline. Uit die cijfers blijkt dat kleinere Europese landen beter presteren dan de grotere landen. Zo initieert Nederland per hoofd van de bevolking 2,9 keer meer klinische studies dan Duitsland. Met name op het gebied van oncologie, auto-immuun- en inflammatoire aandoeningen en aandoeningen van het zenuwstelsel speelt ons land een leidende rol. Daarnaast wordt in Nederland relatief veel onderzoek uitgevoerd op het gebied van cardiologie. Zo’n tien procent van alle studies betreft een geneesmiddel voor een cardiologische indicatie in ons land. In omringende landen is dat zeven procent.

Goede logistiek

Nederland heeft relatief veel artsen (41) per 10.000 mensen. Dat vergemakkelijkt de logistiek van klinisch onderzoek. De lengte van de start-up fase van klinisch onderzoek in ons land is vergelijkbaar met die van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Bij de goedkeuring voor klinische studies naar Advanced Therapy Medicinal Products (geneesmiddelen voor somatische celtherapie, gentherapie en weefselmanipulatie) toont ons land ook slagkracht. Nederland is het enige land dat erin slaagde om de goedkeuring van een studie voor een ATMP binnen 30 dagen voor elkaar te krijgen, naast het Verenigd Koninkrijk. Behalve relatief veel artsen, heeft Nederland ook relatief veel ziekenhuizen en een hoge bevolkingsdichtheid. Daardoor is er in Nederland eenvoudig toegang tot een grote groep potentiële deelnemers aan klinische studies.

Academisch uitblinken

De kwaliteit van Nederlands klinisch onderzoek wordt wereldwijd erkend. De onderzoekers die in Nederland aan klinische studies werken, behoren tot de meest geciteerde wetenschappers ter wereld: in 2022 op de derde plek in Europa en de zevende plek wereldwijd. Ook de kwaliteit van de Nederlandse onderzoeksinstituten staat goed bekend: velen ervan hebben een positie in de Europese top 100. Daarnaast heeft ons land een goed zorgsysteem.

Kansen en bedreigingen

‘Door opdracht te geven voor dit onderzoek, wilden we inzicht krijgen in het Nederlandse landschap van klinische studies en een vergelijking maken met andere landen in Europa’, legt Scheerder uit. ‘Onze gedeelde ambitie is Nederland zo aantrekkelijk mogelijk maken voor het organiseren, toetsen en uitvoeren van geneesmiddelenonderzoek. Dat vergt soms ook een kritische blik op zaken die nog niet goed genoeg verlopen.’ Dat er behalve kansen, ook uitdagingen zijn, blijkt ook uit het onderzoek. Uitdagingen zijn onder meer voldoende biomedisch geschoold personeel om de studies uit te kunnen voeren, de soms lange doorlooptijden voor onderzoekscontracten, de publieke perceptie over door de farmaceutische industrie gesponsord onderzoek en de samenwerking tussen academische ziekenhuizen en bedrijven.

Koploper blijven

‘We willen en kunnen beter’, vervolgt Scheerder, ‘en dat zijn we ook aan onze patiënten verplicht. Met deze onderzoeksresultaten gaat de DCRF, samen met haar partners, aan de slag. We hebben op 4 december de Nationale Dialoog Klinisch Onderzoek, waar we deze resultaten gaan toetsen bij het veld. De uitkomsten zullen de basis vormen voor het Nationale Actie Plan Klinisch Onderzoek dat we april volgend jaar lanceren.’ Het benchmark rapport geeft al een aantal concrete aanknopingspunten voor dit actieplan. ‘Nederland heeft alles in huis om het Europese gidsland te worden voor klinisch onderzoek. De inzichten die het onderzoek en de benchmark ons geven, laten dat heel duidelijk zien. Het is nu aan ons, het veld, om hier concrete vervolgstappen op te zetten, zodat een volgend rapport een nóg mooier beeld schetst’, besluit Scheerder.

*De deelnemende organisaties zijn de: Associatie van Contract Research Organisaties Nederland (ACRON), Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO), Dutch Clinical Research Foundation (DCRF), Centre for Future Affordable Sustainable Therapy Development (FAST), Invest In Holland, Topsector Life Sciences & Health (Health~Holland), en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG).