30-11-2020

Blog Esmé Lighaam: AMR gaat ons allen aan

Had de COVID-19 crisis voorkomen kunnen worden? En kan het zich opnieuw voordoen? Deze vragen gaan regelmatig door mijn hoofd. Het bracht me terug naar een college microbiologie een aantal jaren geleden.

De docent behandelde het onderwerp antimicrobiële resistentie (AMR). Zijn boodschap was heel duidelijk: AMR zou weleens een wereldwijd gezondheidsprobleem kunnen worden. Helaas kreeg hij gelijk. Jaarlijks overlijden nu al 700.000 mensen aan infecties, omdat bestaande medicijnen niet meer werken. Als er niets gebeurt, stijgt dit mogelijk tot 10 miljoen in 2050.

Bijna honderd jaar geleden werd het eerste antibioticum penicilline ontdekt en sindsdien zijn antibiotica een onmisbaar onderdeel van ons geneesmiddelenarsenaal. Bij de behandeling van ernstige bacteriële infecties, zoals longontsteking of bloedvergiftiging kunnen we niet meer zonder antibiotica.1 AMR gaat niet alleen over resistente bacteriën, maar ook over resistente virussen, schimmels en parasieten.

Je kunt je voorstellen hoe groot het gezondheidsprobleem wereldwijd kan worden als resistentie doorzet en we geen nieuwe therapieën voor handen hebben. Het risico bestaat dat mensen overlijden aan een onschuldige infectieziekte als een blaasontsteking omdat de bacterie niet gevoelig is voor antibiotica. Om dit te onderstrepen vond van 18-24 november vanuit de WHO de World Antimicrobial Awareness Week plaats.2 Dit is een goed moment om stil te staan bij dit belangrijke maatschappelijke onderwerp.

Belangrijke oorzaken van AMR zijn onder andere de verkeerde inzet van antimicrobiële middelen bij mens en dier en een gebrek aan nieuwe therapieën. Remko van Leeuwen, oprichter en CEO van Madam Therapeutics, - een Nederlands bedrijf dat zich richt op ontwikkeling van nieuwe antibiotica – legde in een VIG Talk over AMR eind oktober uit waarom er zo weinig nieuwe therapieën bijkomen. In een notendop: de opzet van klinische trials is een duur en complex proces en het is uiterst onzeker of de investering ooit terugverdiend kan worden. Immers, de nieuwe therapieën wil je zo lang als mogelijk op de ‘plank’ laten liggen tegen resistente micro-organismen.

Dat het een complex vraagstuk is, is wel duidelijk. Het goede nieuws is dat zowel de overheid als de farmaceutische sector het belang ziet van een actieplan. Een mooi voorbeeld is het AMR Action Fund, waarin meer dan twintig geneesmiddelenbedrijven 1 miljard dollar hebben geïnvesteerd voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica. Doelstelling is om in 2030 ten minste twee nieuwe antibiotica op de markt te brengen.3 Maar ook op nationaal niveau zijn overheden en verenigingen aan zet om duidelijke richtlijnen op te stellen over de inzet van antimicrobiële geneesmiddelen. De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen lanceert deze maand een ‘Actieplan infectieziekten’. Hierin staan acht voorstellen om de bedreigingen van nieuwe virussen en bacteriële infecties in te dammen.

Het grote verschil met COVID-19 is dat AMR voorspelbaar is en dat we er nu al iets aan kunnen doen. Daarom is het goed dat er nu op verschillende fronten actie wordt ondernomen. Ik ben trots om te werken in een sector die een bijdrage levert om dit probleem samen aan te pakken. Zelf draag ik graag mijn steentje bij door dit onderwerp breder onder de aandacht te brengen. Want net als wat voor de COVID-19 crisis geldt: samen staan we sterker!

Esmé Lighaam,
(voorzitter Young Innovators of Medicines)

[1] https://www.rivm.nl/vragen-en-antwoorden-over-antibioticaresistentie

[2] https://www.who.int/news-room/events/detail/2020/11/18/default-calendar/world-antimicrobial-awareness-week-2020

[3] https://amractionfund.com/