08-03-2021

Farma Facts: Geneesmiddelenuitgaven in perspectief

De uitgaven aan specialistische geneesmiddelen stijgen de laatste jaren harder dan de zorguitgaven. Toch is het aandeel in de stijging van de uitgaven aan geneeskundige zorg (Zvw) maar zo’n 8% en in de medisch specialistische zorg ongeveer 17%.

‘De suggestie dat de specialistische geneesmiddelen de totale groei in de zorguitgaven opslokt, is sterk overtrokken. De budgetdruk vanuit de langdurige zorg is vele malen groter’, zegt Wim de Haart, manager Gezondheidseconomie en Vergoedingen van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen.

Rol dure geneesmiddelen
In de voortgangsbrief Geneesmiddelenbeleid 2021 schrijft minister Van Ark dat ‘de stijgende uitgaven aan dure geneesmiddelen een steeds grotere druk leggen op de houdbaarheid en daarmee de toegankelijkheid van het zorgstelsel’. Dit suggereert dat de groeiruimte in de zorg wordt opgesoupeerd door de stijging in de uitgaven aan specialistische geneesmiddelen. Ook in recente politieke debatten werd dit regelmatig als argument ingezet voor de gestegen zorguitgaven.

Definitie zorgkosten
Er zijn verschillende definities voor de totale zorgkosten:

  • Het CBS hanteert de meest ruime definitie. Het betreft de uitgaven aan geneeskundige zorg (Zvw) en langdurige zorg (Wlz), maar ook uitgaven aan maatschappelijke ondersteuning (WMO), jeugdzorg en kinderopvang. Daarboven de uitvoeringskosten van zorgverzekeraars, WLZ-kantoren, overheden. Volgens deze definitie geven we in Nederland in 2019 ruim € 106 miljard uit aan zorg.
  • Een smallere, maar representatieve definitie betreft de (bruto) uitgaven aan geneeskundige en langdurige zorg. In 2020 naar de laatste inzichten goed voor ruim € 76 miljard, waarvan bijna € 51 miljard aan de Zvw.
  • Binnen de Zvw gaat er in 2020 € 24,9 miljard naar medisch specialistische zorg, waarvan € 2,3 miljard aan specialistische geneesmiddelen.

Dit betekent dat het aandeel van de specialistische geneesmiddelen in 2019 respectievelijk 2,1%, 3,3% en 4,9% bedraagt van de zorgkosten of uitgaven geneeskundige zorg. Het aandeel in de uitgaven aan medisch specialistische zorg is 9,5%. Alle aandelen zijn de afgelopen jaren gestegen. In 2015 was het aandeel uitgaven specialistische geneesmiddelen in de uitgaven geneeskundige zorg nog 3,9% en in de medisch specialistische zorg nog 8,1%. Kortom, de uitgaven aan specialistische geneesmiddelen stijgen vanaf 2015 harder dan de zorgkosten.

200605_VIG_TABEL_01_02

Stijging zorgkosten
Of de toegankelijkheid van de zorg in het geding komt, is een andere vraag. In 2019 zijn de uitgaven aan specialistische geneesmiddelen gestegen met € 150 miljoen. De ‘overige’ uitgaven aan medisch specialistische zorg stegen echter met ongeveer € 745 miljoen. Het aandeel van de stijging van de uitgaven aan geneesmiddelen in de totale groei van de zorguitgaven is dus zo’n 17%; twee keer zoveel als het aandeel van geneesmiddelen in de totale uitgaven. Overigens stijgen de uitgaven aan huisartsenzorg en geneeskundige GGZ meer dan aan specialistische geneesmiddelen. De Haart: ‘Conclusie: als we het over druk op de houdbaarheid van de zorg spreken, dan ligt die meer bij de stijging van de uitgaven aan langdurige zorg.’